Position Paper | Parfumallergie & Luchtkwaliteit
POSITION PAPER
Parfumallergie en Geurblootstelling: Luchtkwaliteit als
Gezondheidsvraagstuk
Een pleidooi voor bewustwording, beleid en wetenschappelijk onderzoek
Maaike Flissebaalje, Onafhankelijk belangenbehartiger Parfumallergie & Luchtkwaliteit,
maart 2026
KERNBOODSCHAP
Geurstoffen in persoonlijke verzorgingsproducten en schoonmaakmiddelen zijn erkende
bronnen van vluchtige organische stoffen (VOS) die de luchtkwaliteit binnenshuis kunnen
beïnvloeden. Voor een deel van de bevolking leiden deze stoffen tot klinisch herkenbare
gezondheidsklachten. Toenemende toepassing van geur, parfumstoffen en geurmarketing
in publieke ruimten maakt onvrijwillige blootstelling een groeiend aandachtspunt. Dit paper
brengt de beschikbare wetenschappelijke inzichten bijeen en formuleert gerichte
aanbevelingen voor werkgevers, zorginstellingen en beleidsmakers.
1. Achtergrond: geurstoffen en luchtkwaliteit binnenshuis
Mensen brengen gemiddeld circa 80% van hun tijd binnenshuis door — thuis, op kantoor, in
winkels en zorginstellingen. De kwaliteit van de binnenlucht is daarmee direct relevant voor
de volksgezondheid. Vluchtige organische stoffen (VOS) vormen een van de belangrijkste
categorieën binnenluchtvervuiling. Het RIVM benoemt cosmetica, schoonmaakmiddelen en
persoonlijke verzorgingsproducten als bronnen van VOS in het binnenmilieu (RIVM, z.d.-a).
Blootstelling aan VOS kan leiden tot klachten als hoofdpijn, vermoeidheid en irritatie van
neus, keel en ogen.
Geurstoffen zijn een specifieke en omvangrijke categorie binnen het VOS-spectrum. Zij
worden toegevoegd aan een breed scala aan producten: parfum, deodorant, wasmiddelen,
schoonmaakmiddelen en luchtverfrissers. De Europese Cosmeticaverordening verplicht
fabrikanten 26 (vanaf juli 2026 wordt dit aantal uitgebreid) bekende allergene geurstoffen te
vermelden op etiketten, maar de volledige samenstelling van een ‘parfum’-mengsel hoeft
niet openbaar te zijn — één term kan honderden afzonderlijke chemische stoffen
vertegenwoordigen (Europees Parlement & Raad van de Europese Unie, 2009, 2026).
TNO heeft onderzoek gedaan naar de relatie tussen binnenluchtkwaliteit en gezondheid, en
concludeert in algemene zin dat blootstelling aan verontreinigde binnenlucht samenhangt
met uiteenlopende gezondheidseffecten (TNO, z.d.). Geurproducten dragen via VOSemissie
bij aan die binnenluchtbelasting. Specifiek onderzoek naar de gezondheidseffecten
van parfum en geurstoffen als binnenmilieubron is echter schaars — juist dat kennishiaat
maakt nader onderzoek wenselijk.
2. Parfumallergie: definitie en klachtenpatroon
Parfumallergie is een overgevoeligheidsreactie op geurstoffen en aanverwante
conserveermiddelen. De meest beschreven vorm is allergisch contacteczeem: een
immunologische reactie waarbij het immuunsysteem na herhaalde blootstelling
gesensibiliseerd raakt voor specifieke moleculen. Dit contact kan ook plaatsvinden door de
lucht (De Groot & Frosch, 1997). Daarnaast kunnen geurstoffen bij gevoelige personen
Pagina 1 van 5
Position Paper | Parfumallergie & Luchtkwaliteit
luchtwegklachten uitlokken zonder dat sprake is van een klassieke allergische reactie.
Klachten treden op via verschillende systemen:
Systeem Mogelijke klachten
Huid Contacteczeem, urticaria, roodheid, jeuk
Luchtwegen Astma-aanval, rinitis, hoesten, benauwdheid
Hoofd / neurologisch Migraine, concentratieproblemen, vermoeidheid
Ogen Conjunctivitis, tranen, branderigheid
Een complicerende factor is dat klachten soms pas uren na blootstelling optreden, waardoor
de koppeling met de geurbron niet altijd gemaakt wordt — niet door de patiënt en niet door
de zorgverlener. In de gangbare zorgpraktijk bevatten anamnesegesprekken doorgaans
geen vragen over blootstelling aan geurstoffen, wat vroegtijdige herkenning bemoeilijkt.
3. Omvang van het probleem
Exacte Nederlandse prevalentiecijfers voor parfumallergie ontbreken, maar internationale
studies geven een indicatie van de omvang. Steinemann (2019) vond in een internationale
prevalentiestudie dat gemiddeld eenderde van ondervraagden één of meer
gezondheidsklachten ervaart door geparfumeerde producten. Bij gemiddeld 7% van de
ondervraagden resulteerde dit bijvoorbeeld in astma-aanvallen, en 16,7% ervaarde
luchtwegklachten door geparfumeerde producten. Hoewel de methodologie per studie
verschilt en directe vertaling naar de Nederlandse situatie voorzichtigheid vereist, wijzen de
bevindingen uit Steinemanns onderzoekslijn consistent op een substantieel deel van de
bevolking dat kwetsbaar is voor geurblootstelling (Steinemann, 2019).
Klinisch gediagnosticeerde parfumallergie — vastgesteld via epicutane test (plakproef) —
treft naar schatting 1–4% van de bevolking, maar dit weerspiegelt slechts een deel van de
mensen die feitelijk klachten ervaren (De Groot & Frosch, 1997). Het ontbreken van
systematische registratie in Nederland maakt het lastig de exacte omvang te bepalen — op
zichzelf een reden om registratie en onderzoek te versterken.
4. Geurmarketing: een groeiend aandachtspunt
Een relatief nieuwe ontwikkeling is het gebruik van geurmarketing: de gerichte verspreiding
van geurstoffen via ventilatiesystemen in hotels, luchthavens, winkelcentra en
evenementenlocaties, met als doel het onbewust beïnvloeden van koopgedrag en
verblijfsduur. Dit fenomeen is wetenschappelijk nog nauwelijks onderzocht als
blootstellingsbron.
Vanuit een luchtkwaliteitsperspectief roept dit enkele aandachtspunten op:
• Bezoekers worden blootgesteld aan geurstoffen zonder dat zij hierover worden
geïnformeerd of de mogelijkheid hebben dit te vermijden.
• Er bestaat geen wettelijke informatieplicht voor locaties die geurinstallaties
toepassen.
• De cumulatieve blootstelling — geurmarketing gecombineerd met persoonlijke
verzorgingsproducten van andere aanwezigen — is als specifiek scenario niet
onderzocht.
• Voor mensen met een gediagnosticeerde parfumallergie kan dit leiden tot vermijding
van publieke ruimten, met gevolgen voor hun maatschappelijke participatie.
Perspectief De maatschappelijke omslag rond tabaksrook in publieke ruimten laat zien
dat beleidsontwikkeling op het gebied van luchtkwaliteit binnenshuis mogelijk
Pagina 2 van 5
Position Paper | Parfumallergie & Luchtkwaliteit
is. Geurblootstelling verschilt in aard, maar de basisvraag is vergelijkbaar:
welke stoffen in de binnenlucht zijn aanvaardbaar, voor wie, en wie bepaalt
dat?
5. Kennishiaten en aandachtspunten voor herkenning
5.1 In de gezondheidszorg
Bestaande richtlijnen voor geur en gezondheid — zoals die van het RIVM voor de GGDpraktijk
— richten zich primair op industriële en agrarische bronnen. Parfum als
binnenmilieubron wordt daarin niet systematisch geadresseerd. Dit vertaalt zich naar de
zorgpraktijk:
• Standaard anamneses bevatten geen vragen over blootstelling aan geurstoffen.
• Vertraagde klachten bemoeilijken de diagnostische koppeling aan de geurbron.
• Zorgprofessionals zijn doorgaans niet specifiek opgeleid in het herkennen van
parfumgerelateerde klachten.
5.2 In wetenschappelijk onderzoek
Steinemann (2019) signaleert dat de gezondheidseffecten van geparfumeerde producten in
binnenmilieus wetenschappelijk onderbelicht zijn. Specifieke lacunes betreffen:
• Langetermijneffecten van lage, chronische blootstelling aan geurstoffen zijn
nauwelijks onderzocht.
• Geurmarketing als afzonderlijke blootstellingsbron ontbreekt vrijwel volledig in de
literatuur.
• Cumulatieve blootstelling via meerdere gelijktijdige bronnen is zelden onderdeel van
studiedesigns.
TNO en het RIVM hebben onderzoek gedaan naar binnenluchtkwaliteit en gezondheid in
algemene zin (RIVM, z.d.-a; TNO, z.d.), maar parfum en geurstoffen als specifieke
binnenmilieubron blijven daarin onderbelicht. Voor de regulering van geurstoffen is de
geurstoffenindustrie zelf verantwoordelijk (De Groot & Frosch, 1997; Steinemann, 2019). Dat
epidemiologisch onderzoek in het binnenmilieu methodologisch uitdagend is, is een erkend
gegeven — maar het maakt onafhankelijk onderzoek op dit deelterrein des te urgenter.
6. Bestaand juridisch en beleidsmatig kader
De Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet) verplicht werkgevers een gezonde werkomgeving
te bieden (Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid). Parfumgerelateerde klachten
bij medewerkers vallen hier in beginsel onder.
De Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte (WGBH/CZ) biedt
een aanknopingspunt wanneer parfumallergie als chronische aandoening wordt
geclassificeerd (Rijksoverheid). De EU-verordening reguleert het gebruik van allergene
geurstoffen in producten (Europees Parlement & Raad van de Europese Unie, 2009, 2026),
maar dit heeft voornamelijk betrekking op het vermelden van allergene stoffen op het etiket.
Internationaal zijn er beleidsvoorbeelden. In Canada en Scandinavische landen kennen
overheidsgebouwen en zorginstellingen al langere tijd een geurvrij of geurarm beleid als
standaard, vanuit een bredere blik op binnenluchtkwaliteit en toegankelijkheid (Steinemann,
2019)
Pagina 3 van 5
Position Paper | Parfumallergie & Luchtkwaliteit
7. Aanbevelingen
Voor werkgevers en organisaties
• Overweeg een luchtkwaliteitsbeleid voor werkplekken waarbij terughoudend gebruik
van parfumstoffen voorop staat, met aandacht voor ventilatie.
• Neem bewustwording rond parfumallergie op in het onboarding- en arbobeleid.
• Informeer medewerkers via heldere, feitelijke communicatie over de mogelijke
gezondheidseffecten van geur- en parfumstoffen.
Voor zorginstellingen
• Onderzoek de haalbaarheid van parfumvrije of parfumarme zones in verblijfs- en
behandelruimten.
• Introduceer een parfumvrij en allergievriendelijk inkoopbeleid voor schoonmaak- en
verzorgingsproducten.
• Breid standaard anamneseprotocollen uit met vragen over geurblootstelling.
• Investeer in nascholing voor zorgprofessionals over parfumgerelateerde klachten en
diagnostiek.
Voor overheid en beleidsmakers
• Verken de introductie van een informatieplicht en overige regulering voor locaties die
geurmarketing toepassen.
• Financier onafhankelijk onderzoek naar chronische en cumulatieve geurblootstelling
binnenshuis.
• Actualiseer de Arbowet-richtlijnen zodat geurstoffen expliciet worden benoemd als
potentiële factor in de risico-inventarisatie.
• Oriënteer u op internationale beleidsvoorbeelden rondom geurvriendelijk beleid in
publiek gefinancieerde ruimten.
8. Conclusie
Geurstoffen in persoonlijke verzorgingsproducten zijn erkende bronnen van VOS die de
binnenluchtkwaliteit beïnvloeden (RIVM, z.d.-a). Voor een deel van de bevolking — met
name mensen met een gediagnosticeerde parfumallergie of gevoelige luchtwegen — kan
blootstelling leiden tot gezondheidsklachten die hun dagelijks functioneren raken
(Steinemann, 2019; De Groot & Frosch, 1997).
De beschikbare wetenschappelijke kennis rechtvaardigt aandacht voor dit thema in
arbeidsomstandighedenbeleid, gezondheidszorg en ruimtelijk gebruik van binnenmilieus.
Tegelijk is er behoefte aan meer en onafhankelijk onderzoek, in het bijzonder naar
cumulatieve blootstelling en naar de effecten van geurmarketing. Dit paper wil bijdragen aan
een constructief gesprek over dit vraagstuk — met als doel betere herkenning, meer
bewustwording en, waar nodig, passend beleid.
Contact en samenwerking
Heeft u vragen, aanvullingen of wilt u bijdragen aan de opbouw van een gestructureerde
belangengroep rondom dit thema? Reacties zijn van harte welkom.
Pagina 4 van 5
Position Paper | Parfumallergie & Luchtkwaliteit
Bij de voorbereiding van dit paper is gebruik gemaakt van Claude (Anthropic, 2025), een AI-assistent,
voor ondersteuning bij de tekstopbouw en formulering. Alle inhoudelijke keuzes, broncontrole en
eindverantwoordelijkheid berusten bij de auteur.
Literatuur
Anthropic. (2025). Claude (versie Claude Sonnet 4.6) [Grootschalig taalmodel].
https://www.anthropic.com
De Groot, A. C., & Frosch, P. J. (1997). Adverse reactions to fragrances: A clinical review. Contact
Dermatilis, 36, 57–86.
Europees Parlement & Raad van de Europese Unie. (2006). Verordening (EG) nr. 1907/2006
betreffende de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien
van chemische stoffen (REACH). Publicatieblad van de Europese Unie, L 396, 1–849.
Europees Parlement & Raad van de Europese Unie. (2009). Verordening (EG) nr. 1223/2009
betreffende cosmetische producten. Publicatieblad van de Europese Unie, L 342, 59–209.
Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet), artikel 3:
Arbobeleid. https://wetten.overheid.nl/BWBR0010346/
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (z.d.-a). Vluchtige organische stoffen (VOS) in het
binnenmilieu. https://www.rivm.nl/binnenmilieu/vluchtige-organische-stoffen-vos
Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. (z.d.-b). Luchtkwaliteit en gezondheid.
https://www.rivm.nl/lucht
Rijksoverheid. Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte.
https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0014915&z=2026-01-01&g=2026-01-01
Steinemann, A. International prevalence of fragrance sensitivity. Air Qual Atmos Health 12, 891–897
(2019). https://doi.org/10.1007/s11869-019-00699-4
TNO. (z.d.). Binnenmilieu en luchtkwaliteit. https://www.tno.nl/nl/duurzaam/gezondeleefomgeving/
binnenmilieu/
Pagina 5 van 5